In de mens zit (van nature) niets goeds. Dus laten wij ophouden om te denken dat er wel iets goeds in de mens zit. Zelfs Jezus zei, waarom noemt gij Mij goed. Niemand is goed dan Één, namelijk God. Als Jezus dit zei, wie zijn wij dan om Zijn woorden te weerleggen met onze mening? De wereld is slecht, omdat de overste van de wereld slecht is. Een ieder, die de wereld toebehoort is niet goed maar slecht. De Bijbel spreekt over de hoogmoed en dwaasheid van de goddelozen. Want zoals de duivel wandelde in hoogmoed en zich verhief boven God en door zijn dwaasheid viel en vanuit zijn gevallen staat de mens verleidde tot ongehoorzaamheid aan God, waardoor de mens net als de duivel viel, zo wandelen ook zijn kinderen vanuit hun gevallen staat in hoogmoed en dwaasheid in zonde, zich verheffende boven God en Zijn Woord, proberende de mensen te verleiden tot ongehoorzaamheid aan God en Zijn Woord en God en Zijn Woord te elimineren. Laten wij kijken naar wat de Bijbel in Psalm 10:2-9 zegt over de hoogmoed en dwaasheid van de goddelozen.
Wat zegt de Bijbel in Psalm 10 over de hoogmoed en dwaasheid van de goddelozen?
Over de trots van de goddeloze is de ellendige ontstoken – laat hen verstrikt worden in de boze plannen die zij bedacht hebben. De goddeloze immers roemt naar hartelust, de woekeraar spreekt zegenwensen, hij versmaadt de Heere. De goddeloze met zijn neus in de hoogte (denkt): Hij vraagt geen rekenschap; al zijn gedachten zijn: Er is geen God. Zijn wegen zijn voorspoedig te allen tijde. Uw gerichten zijn hem te hoog, hij blaast tegen allen die hem benauwen; hij zegt in zijn hart: Ik zal niet wankelen, ik, die van geslacht tot geslacht niet in rampspoed zal raken. Zijn mond is vervuld van vloek en bedrog en verdrukking, onder zijn tong zijn ongerechtigheid en onheil, hij ligt in hinderlaag bij de gehuchten, in het verborgene doodt hij de onschuldige. Zijn ogen bespieden de zwakke, hij loert in het verborgene als een leeuw in de struiken; hij loert om de ellendige te vangen, hij vangt de ellendige, hem trekkend in zijn net (Psalm 10:2-9)
In Psalm 10:2-9 lezen wij over de hoogmoed en dwaasheid van de goddelozen oftewel degenen, die zonder God leven en Hem niet nodig denken te hebben.
De goddelozen hebben de natuur en het karakter van hun vader; de duivel. En zoals Jezus zei, doen zij de begeerten van hun vader, waardoor zij spreken en handelen als hun vader de duivel en leven naar zijn wil. (Lees ook: De wil van God vs de wil van de duivel).
Daarom kun je aan ieders leven zien, wie diegene toebehoort en dient; God (door de gerechtigheid) of de duivel (door de zonde).
De kinderen van God behoren door de wedergeboorte in Christus niet meer de wereld en de overste van de wereld (de duivel) toe, maar God en Zijn Koninkrijk.
Door de wedergeboorte bezitten zij de natuur van hun Vader. In de kracht van de Heilige Geest zullen zij de wil van de Vader en de werken van Zijn Koninkrijk doen en wandelen in de gerechtigheid in het licht.
De kinderen van de wereld behoren de duivel en de duisternis toe. Zij doen de wil van de duivel, die regeert in het zondige vlees, waardoor zij wandelen in zonde in de duisternis onder heerschappij van de dood.
Hoe ziet het leven en het gedrag van de goddelozen eruit?
De goddelozen leven in rebellie als vijanden van God en Zijn Woord op aarde. Zij doen alles wat tegen de wil van God ingaan en verachten God en degenen, die God toebehoren en de wil van God doen. Naarmate de goddelozen toenemen zal de goddeloosheid toenemen op aarde.
Ook in de kerk zitten goddelozen, die natuurlijke mensen zijn en de Geest van God niet bezitten (zowel onder de kerkbezoekers als in het leiderschap). Mensen, die van naam Christen zijn, maar niet van hart.
Zij gaan wekelijks naar de kerk en vervullen hun kerkelijke verplichtingen. Zij gedragen zich christelijk en spreken de gebruikelijke christelijke woorden, terwijl zij de rest van de week spreken en leven als goddelozen, alsof God niet bestaat en Zijn woorden nooit hebben geklonken.
De goddelozen voeren in hun hoogmoed de boventoon op aarde
Het onheil doodt de goddeloze, en wie de rechtvaardige haten zullen ervoor boeten (Psalm 34:22)
De goddelozen voeren in hun hoogmoed de boventoon op aarde. Zij zijn listig en zelfzuchtig. Vanuit hun boze hart bedenken zij listige plannen om de ellendigen (de zwakken, nederigen, armen) te verdrukken en te misbruiken voor hun eigen doel en gewin.
Zij denken hiermee weg te komen en ongestraft te blijven, maar zij zullen bedrogen uitkomen. Want uiteindelijk zal hun slechtheid en zonde hen ten onder brengen.
De goddelozen zijn trots en hoogmoedig en roemen in zichzelf en de lusten van hun hart
De goddelozen kennen God niet en roemen niet in Hem. Maar zij zijn hoogmoedig en vol van zichzelf en roemen daarom enkel in zichzelf.
Zij zijn trots op alles wat voortkomt uit hun verdorven staat en hun vleselijk denken. Zij verheffen zich boven anderen en roemen naar hartelust over zichzelf; hun kennis, hun wijsheid, hun vaardigheden, hun titel, hun positie, hun werken en behaalde resultaten, en de wensen van hun (boze) hart.
De goddelozen verlustigen zich in de zonde, dat het verlangen van hun hart is. Zij prijzen de geldgierigen en bestempelen hun begerigheid naar geld als goed in plaats van kwaad, waardoor zij God verachten. (Lees ook: Als geld jouw god word).
De goddelozen zoeken God niet, omdat God niet in hun gedachten is
Omdat de goddelozen niet geloven in God en Hem niet erkennen als de Heerser en de Schepper van de hemel en de aarde en al wat daarin is, is God niet aanwezig in de gedachten en de wegen van de goddelozen.
Zij leggen geen rekenschap aan Hem af. En zij geloven ook niet, dat er een moment komt, waarop zij rekenschap voor hun werken aan God moeten afleggen en zij het loon van hun werken ontvangen.
Omdat de goddelozen niet geloven, zoeken zij God niet en onderzoeken zij niet de Bijbel (Gods Woord. Maar de goddelozen verwerpen álles wat met God te maken heeft en wat God gegeven heeft en maken God en degenen, die Hem toebehoren, tot een bespotting.
De goddelozen doen de begeerten van hun vader en verlustigen zich in de werken van hun vader (de duivel). Zij schamen zich niet over hun (seksuele) onreine en boze werken (de zonde), maar zijn daar trots op. Zij roemen in hun zonde en betonen dat openlijk door hun leven.
De goddelozen denken God niet nodig te hebben en dat zij niet zullen wankelen en geen onheil hen zal treffen
De wegen van de goddelozen lijken voorspoedig, maar bezorgen in werkelijkheid onheil en verdriet. De oordelen van God zijn buiten hun gezichtsveld en zij blazen degenen, die hen tegenstaan (hun vijanden) weg.
De goddelozen denken alle wijsheid in pacht te hebben en God niet nodig te hebben. Ja, de goddelozen denken het allemaal zelf te kunnen en dat zij niet zullen wankelen. Zij geloven, dat zij onaantastbaar zijn en geen onheil (rampspoed) hen zal treffen.
Maar omdat zij zich niet aan de woorden van God houden en Zijn maatstaven niet als hun maatstaven hanteren, zullen de oordelen van God over de aarde komen en ter zijner tijd afrekenen met de goddelozen en hun goddeloosheid, waarin zij hebben geroemd. (Lees ook: De maat van de zonde en de oordelen van God).
De mond van de goddeloze is vol vloek en bedrog en verdrukking en onder de tong kwaad en onrecht
Zij hebben hun tong gescherpt als een slang, addervergif is onder hun lippen (Psalm 140:4)
De goddelozen zijn onbetrouwbaar. Alhoewel zij vaak charmant en welbespraakt zijn en hun woorden oprecht, bewogen, hoopvol en vaak zelfs goddelijk lijken, is hun mond in werkelijkheid vol vervloeking, bedrog en list.
Zij hebben hun tong gescherpt net als hun vader, de slang. Onder hun tong is geen gerechtigheid, maar kwaad en onrecht (ongerechtigheid). Hun woorden zijn als gif, die de mensen (geestelijk) doden.
De goddelozen gaan rond als brullende leeuwen, zoekende wie zij kunnen verslinden
Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden (1 Petrus 5:8)
Net als hun vader, die als een brullende (briesende) leeuw rondgaat, zoekende wie hij zal verslinden, zo loeren zijn zonen ook als leeuwen om binnen te komen en de ellendigen te vangen in hun sterke klauwen en te vermorzelen.
Zij geven niets om anderen, maar enkel om zichzelf. Zij hebben niets goeds voor met de mens, al lijkt dat soms wel zo, maar dat is enkel schijn. Want uit het boze hart van de goddelozen kan niets goeds voortkomen.
De goddelozen weten precies wie en hoe zij anderen kunnen inpalmen en voor zich kunnen winnen.
De goddelozen leiden de mensen niet tot Jezus Christus en een heilig en rechtvaardig leven in onderwerping en gehoorzaamheid aan God en Zijn Woord. Maar de goddelozen leiden de mensen in rebellie tot goddeloosheid en een zondig leven.
De Bijbel waarschuwt voor de hoogmoed en dwaasheid van de goddelozen en hun werken
Door de gehele Bijbel, in zowel het Oude Testament als het Nieuwe Testament, waarschuwt God voor de hoogmoed en dwaasheid van de goddelozen. Hij heeft door Zijn Woord de hoogmoed, dwaasheid, natuur en de werken van de goddelozen geopenbaard en Zijn kinderen gewaarschuwd om zich niet in te laten met de goddelozen en het pad van de goddelozen te betreden.
Maar ondanks de waarschuwingen en openbaringen van Gods Woord, zijn er velen, die door hun verduisterd denken van de wereld en gebrek aan kennis van Gods Woord, zich toch laten misleiden door deze mooipraters, die in hoogmoed en goddeloosheid wandelen en zich daarin verlustigen en bijval geven aan de zonde en zondaars, en in hun val lopen.
Door het geloof in hun woorden, die voortkomen uit hun verdorven en verwerpelijk denken, wandelen zij in leugens, die de dood in zich dragen, en op wegen, die niet tot het eeuwige leven, maar de eeuwige dood leiden.
Jezus heeft uit liefde, voor de redding van de mens, Zijn woorden, Zijn geboden en Zijn leven gegeven, maar velen prefereren de lusten van het vlees boven Hem.
‘Wees het zout der aarde’